Fietsen en alcohol

10/08/2017

Na een wedstrijd of na een toertocht zie ik ze vaak zitten. Wielrenners die met een voldaan gevoel op een terrasje in het zonnetje of in de sportkantine een biertje drinken met hun teamgenoten. De prestatie is geleverd en ze vinden dat ze zichzelf mogen belonen. Een terecht gedachte, maar is dit vanuit trainingsperspectief wel verstandig? Om deze vraag te kunnen beantwoorden zal ik jullie eerst moeten uitleggen hoe het verbrandingsproces in zijn werk gaat. Dit proces bestaat uit de glycolyse, citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering.

Glycolyse

De glycolyse is de verbranding van glucose. Glucose is de suiker die je lichaam nodig heeft. Uit glucose haal je de energie om te bewegen. Het is dus een heel belangrijk product! Om de energie vrij te maken uit glucose moet het afgebroken worden in het lichaam. Bij dit afbraakproces wordt ATP geproduceerd. ATP is een molecuul waarin energie opgeslagen wordt. Glucose kan op verschillende manieren worden afgebroken. In de aanwezigheid van zuurstof spreken we van aerobe afbraak. In de afwezigheid van zuurstof spreken we van anaerobe afbraak. Bij de anaerobe glycolyse wordt glucose afgebroken tot melkzuur en 2 ATP moleculen. Melkzuur zorgt voor verzuring van de spieren. Bij de aerobe glycolyse wordt acetyl co-A gevormd in plaats van melkzuur. Acetyl co-A is een molecuul dat niet zoals melkzuur ophoopt en zorgt voor verzuring. Nee, acetyl co-A is een molecuul dat nog verder afgebroken kan worden en nog meer energie kan leveren. Het leveren van deze energie gaat via de citroenzuurcyclus.

Citroenzuurcyclus

De citroenzuurcyclus is een circulair proces waarin allerlei enzymatische reactie plaatsvinden. Het doel van de citroenzuurcyclus is om ATP, NADH en FADH2 te vormen. Zoals we al besproken hebben, zorgt ATP voor de energie levering. NADH en FADH2 zijn moleculen die bijdragen aan het vormen van energie. Deze moleculen zijn belangrijk bij de overdracht van elektronen.

Oxidatieve fosforylering

De moleculen NADH en FADH2 die gevormd zijn in de citroenzuurcyclus worden gebruikt in de oxidatieve fosforylering. Dit proces vindt plaats in de energiefabrieken van ons lichaam, in de mitochondria. De moleculen NADH en FADH2 kunnen respectievelijk 3 ATP en 2 ATP produceren. Via de citroenzuurcyclus en de oxidatieve fosforylering, kan een suiker molecuul in de aanwezigheid van zuurstof dus zorgen voor productie van 36 ATP moleculen. Dit is aanzienlijk hoger dan de anaerobe verbranding waarbij slechts 2 ATP en melkzuur geproduceerd wordt. Daarbij komt dat het melkzuur moet worden afgebroken, dit kost energie. Aerobe verbranding is dus efficiënter dan anaerobe verbranding, maar welk effect heeft alcohol op deze typen van verbranding?

Alcohol en sporten

De werkzame stof in alcohol is ethanol. Ethanol wordt omgezet tot acetaat en vervolgens tot acetyl-coA. Dit proces kost ATP, en dus energie. Dit gaat dus ten kosten van de totale ATP opbrengst bij de verbranding van een suiker molecuul. Zoals we daarnet geleerd hebben kan acetyl-coA weer de citroenzuurcyclus intreden. Nu ontstaat er echter een probleem. Om de omzetting van ethanol tot acetaat mogelijk te maken dient er tegelijkertijd een reactie plaats te vinden. NAD+ moet omgezet worden tot NADH. Doordat NAD+ gebruikt wordt bij de afbraak van alcohol kan er een tekort ontstaan. Dat terwijl, NAD+ nou net het stofje is dat cruciaal is voor de citroenzuurcyclus! Bij een tekort aan NAD+ wordt de citroenzuurcyclus geremd. Acetyl-coA kan dus niet meer de citroenzuurcyclus in. Wat gaat het lichaam dan doen met acetyl-coA? Het lichaam gaat acetyl-coA opslaan in de vorm van vetten. Daarnaast zal het lichaam energie op een andere manier moeten verkrijgen. Deze andere manier betreft de anaerobe glycose. Dit is de verbranding van suiker in de afwezigheid van zuurstof. Hierbij wordt er minder energie geproduceerd (2 ATP) en melkzuur. Dit proces is minder effectief en leidt tevens tot verzuring. Nu treedt er echter nog een probleem op: het melkzuur moet weer afgebroken worden. Om het melkzuur af te breken, is ook NAD+ nodig. Zoals we net gezien hebben wordt het stofje NAD+ verbruikt door alcohol. Een tekort aan NAD+ leidt dus niet alleen tot de opslag van vetten, maar ook tot een verhindering van de afbraak van melkzuur. Als gevolg hiervan duurt het langer voordat het melkzuur afgebroken wordt. Als gevolg hiervan zal het herstel langer duren.

Tot slot, heeft alcohol ook een effect op het centrale zenuwstelsel. Alcohol heeft invloed op de afgifte van neurotransmitters. Neurotransmitters zijn stoffen die signalen doorgeven aan zenuwen. GABA is een remmende en glutamaat is een stimulerende neurotransmitter. Alcohol maakt GABA extra actief, waardoor men zich ontspannen gaat voelen. Glutamaat wordt minder actief. Dit kan leiden tot een verminderd bewustzijn, zicht en coördinatie. Als gevolg hiervan ben je minder alert. De reactie tijd wordt langer, hetgeen kan leiden tot ongelukken

Nadelen van alcohol op een rijtje

  • Uitputting brandstoffen aerobe glycolyse
  • Minder efficiënte verbranding 
  • Herstel duurt langer 
  • Opslag van vetten in het lichaam 
  • Verminderd bewustzijn 
  • Gevaar!